Dagblad070 | White privilege: gefundenes Fressen

White privilege: gefundenes Fressen

mainImage

White privilege’. Veel mensen hoorden er vorige week voor het eerst van, dus als dat de opzet was: missie geslaagd. Maar ik vrees het niet. Ik vrees dat het Amsterdamse stadsbestuur in alle ernst dit uit Amerika overgewaaide en mooi compact verwoorde stukje maatschappijkritiek handen en voeten wil geven, door witte ambtenaren op een cursusje erfschuld te sturen. ‘Joh, het is Amsterdam, maak je niet druk.’ Helaas. In onze eigen raadszaal werd het een paar weken terug ook al van ergens achter in de hoek als verbeten verwijt richting het spreekgestoelte gesmeten, dus we moeten er echt aan.

Waar gaat het om? Welnu, het volgende. Amerikaanse sociale wetenschappers bedachten de term een paar decennia geleden om het fenomeen te benoemen dat ‘wit’ in allerlei aspecten van de maatschappij dominant, danwel de norm is. Zo zijn de meeste acteurs, leraren, wetenschappers, ondernemers en andere rolmodellen ‘wit’, hebben pleisters de kleur van de huid van ‘witte’ mensen en ligt haarverzorgingsmiddel voor ‘witte’ mensen vaak midden in het schap, en middelen voor mensen met kroeshaar onderin, op een ‘ondergeschikte’ plek.

En dat in de Verenigde Staten, het land waar een burgeroorlog nodig was om de slavernij te beëindigen, waar de Klu Klux Klan tot diep in de vorige eeuw veel volgelingen had, waar ‘zwarten’ tot in de jaren ’60 bij wet minder rechten hadden dan ‘witten’, waar er nooit een menswaardig sociaal vangnet was, noch gelijke toegang tot goed onderwijs, noch voor iedereen toegangelijke gezondheidszorg, en waar men vandaag de dag een President heeft die openlijk op de racistische onderstroom in die maatschappij surft. Alles bij elkaar zorgt het ervoor dat ‘witte’ mensen zichzelf bewust en onbewust eerder als ‘normaal’ of ‘goed’ ervaren en ‘zwarte’ mensen zichzelf eerder als anders of zelfs minderwaardig zien. Als je je ervoor open stelt kun je je als mens goed voorstellen dat het dit effect op je heeft.

Nederland is, godzijdank, geen Verenigde Staten. Ja, Nederlanders namen deel aan de slavenhandel, maar die vond nooit in Europees Nederland plaats en er was geen burgeroorlog voor nodig om het af te schaffen. Van die periode hebben we diepe spijt. Er zijn in Nederland nooit racistische wetten geweest, of iets als de Klu Klux Klan. In Nederland heeft iedereen altijd gelijke rechten gehad (of nou ja, volgens Artikel 3 van de Wet Gelijke behandeling mogen etnische minderheden voorgetrokken worden) en sinds de oorlog kon iedereen gelijke aanspraak maken op een ruimhartig sociaal vangnet, op toegang tot onderwijs van wereldniveau, op de beste gezondsheidszorg van Europa, en ook nog eens op een zo nodig flink gesubsidieerde prima woning.

Wel vormen ‘zwarte’ mensen in Nederland, net als in de VS, een kleine minderheid en is er beslist sprake van racisme. In Nederland is echter geen enkele minderheid aan z’n lot overgelaten, op een manier die ook maar in de buurt komt van wat er in de VS is gebeurd. De cijfers onderschrijven dit. Uit onderzoek van het CBS in 2016 bleek dat Nederlanders met Surinaamse of Antilliaanse roots bijna net zo vaak het hoogste baanniveau halen als autochtone Nederlanders. Áls de psychologische effecten van het zijn van een minderheid, de kern onder het begrip ‘white privilege’, ook in Nederland bestaan, dan laten de meeste Nederlanders met Surinaamse of Antilliaanse roots zich er gelukkig geen strobreed door in de weg leggen.

Het gaat met ‘zwarte’ Nederlanders hartstikke goed!

Maar hoe komt zo’n begrip dan in Nederland verzeild, en dan ook nog eens als venijnig verwijt? Dat laat zich raden. Het is gefundenes Fressen voor twee groepen Nederlanders. Allereerst zijn er activisten, politici en anderen zijn die schijnbaar zo gefrustreerd zijn en zo’n diepgewortelde sloopdrift in zich hebben, dat ze èlke gelegenheid aangrijpen om witte mensen racisme aan te wrijven en raciale spanningen te creëren.

Zie deze week het gedoe over Zwarte Cross of het filmpje waarin Sylvana Simons een witte man vertelt dat het racisme is om te zeggen dat Thaise mensen lekker kunnen koken. Dat ze de strijd tegen echt racisme hiermee ondermijnen ontgaat ze in hun domme woede volledig. De tweede groep bestaat uit goedbedoelende, lieve mensen die, en ik wil ze geen onrecht aandoen dus ik probeer m’n woorden goed te kiezen, zo begaan zijn met iedereen die mogelijk verdrukking of onrecht ervaart, dat ze nogal eens overenthousiast kunnen zijn in het aanwijzen van slachtoffers. Pas als er slachtoffers zijn, komen ze zelf tot hun recht.  

Dus, en dan brij ik er op deze snikhete dag een eind aan om met vrouw, tent, fles, boek en barbecue richting de bergen te vertrekken, laten we het hoofd koel en de moed erin houden. Discriminatie bestaat, daar knokken we samen tegen. Maar we helpen er niemand mee om vol opgelegd schuldgevoel tegen ‘zwarte’ Nederlanders te zeggen dat ze slachtoffer zijn van het witte privilege van anderen. Dan zetten we groepen tegenover elkaar, die voor het overgrote deel gewoon naast elkaar staan. Bovendien maken we mensen klein, die in ons land net zo groot zijn als ieder ander.

Bedankt voor uw aandacht, over de inhoud van deze column kan de komende weken niet gecorrespondeerd worden. De groeten!