Dagblad070 | Spido klaar voor de toekomst
mainImage

Spido klaar voor de toekomst

De vloot van de Spido. Links: Leo Blok met kleindochter, die de doop van de Prinses Amalia voor haar rekening nam.
6 oktober 2019, 12:29 uur
Haven

Leo Blok kijkt met voldoening terug op 100 jaar Spido met een langgerekte activiteitenexercitie op weg naar het predicaat Koninklijk. Kosten? Blok lacht een diepe zucht. ‘’Het was het duurste jaar aller tijden, maar wel het leukste.’’

De Koninklijke Spido liet dit jaar voor ruim vijf miljoen euro haar nieuwste parel bouwen, de Prinses Amalia. Bestemd voor het hogere eventsegment. Blok verving bij vier van de vijf schepen de motoren en de vijfde volgt nog vóór het einde van dit jaar. Hij trok geld uit voor nieuwe pontons, voor een historisch boek, voor een expositie in het Maritiem Museum Rotterdam, voor de ene receptie na de andere, nam en passant een nieuwe chefkok in dienst, liet de legendarische Amerikaanse Beach Boys eerst optreden in Luxor en vervolgens ook nog een keer samen met het Rotterdams Philharmonisch Orkest gloriëren tussen de industrie op de Tweede Maasvlakte. Allemaal onder het motto: Het kost een paar stuivers, maar dan heb je ook wat.

‘’Ja, dat laatste feest, daar moesten bakken met geld bij’’, zegt Blok. ‘’Maar dat wisten we van tevoren. We wilden gewoon iets origineels doen voor de stad en we kregen er prachtig weer en een geslaagde show voor terug. Het Havenbedrijf stelde de locatie om niet ter beschikking en regelde de elektriciteit, en de rest betaalden we zelf. Podium, licht, geluid, vuurwerk, beveiliging, vervoer. De foodbedrijven die er stonden wilden een garantie omdat er geen pauze was. Alleen de inrichting kostte al meer dan 400.000 euro. Tel daar dan nog het orkest en de band bij en je snapt dat we die avond dus geen geld hebben kunnen verdienen. Maar daar hebben we het ook niet voor gedaan.’’

Sinds Leo Blok de Spido-rederij in 2006 kocht van de gebroeders Heijmen heeft men de eenvoud van een havenrondvaartbedrijf zien veranderen. De dagelijkse trips zijn weliswaar nog steeds de belangrijkste inkomstenbron, maar met de eventschepen, themacruises, business to business-concepten en business to organisations zijn er gaandeweg volledig nieuwe bedrijfsmodellen aan de bestaande range van activiteiten toegevoegd.

Wat is eigenlijk het verschil tussen de diverse businessconcepten?

‘’Business to organisations doen we bijvoorbeeld met Natuurmonumenten, Sanoma en de Bridge Bond. De intentie is dat de achterban van zo’n organisatie bij ons aan boord komt. Met Natuurmonumenten varen we naar Tiengemeten en Natuurmonumenten organiseert daar een rondleiding en maakt daarvoor ook reclame in hun eigen blad. Met de bladen Margriet en Libelle doen wij high tea’s. De marketing is simpel: je krijgt een hele concrete doelgroep en die benadert via zijn eigen communicatiekanalen leden of klanten. Gerichter kun je niet communiceren met je doelgroep. De kunst is wel de interessante doelgroepen te vinden.
In de business to businessmarkt worden schepen exclusief afgehuurd. Vroeger sprak men dan over partyboten. Maar wij hebben eventschepen. Ik denk niet dat er in Nederland één eventjacht rondvaart dat zo luxe is als de Prinses Amalia.’’

Heb je de laatste dertien jaar ook wel eens zeperds gekend?

‘’Wis en waarachtig’’, zegt Blok met grote Rotterdamse nuchterheid en hij moet nog lachen als hij eraan terug denkt. ‘’Wij kochten de Henry Hudson omdat we een briljant idee hadden. We zouden elke dag een paar keer op en neer gaan varen naar de ss Rotterdam. Maar dat project is volslagen mislukt, want de mensen gingen met de auto naar Katendrecht en konden daar ook nog eens prachtig parkeren. Dat schip heeft heel consequent een lange tijd heen en weer gevaren, maar zonder passagiers. Maar uiteindelijk zijn we met het Havenbedrijf tot de overeenstemming gekomen om ‘m te verhuren voor rondvaarten in de wateren van de Tweede Maasvlakte.’’

Staan er in de vloot van de Spido nog schepen in de planning om te worden verkocht, bijvoorbeeld vanwege ouderdom?

Blok: ‘’Nee, de komende vijftien jaar zeker niet. Het oudste schip is de Ostara. Maar dat mag gewoon een mooie ouwe barrel zijn. Het is onze varende bruine kroeg. Van oorsprong een ouwe Engelse zeesleper van heel dik staal. Zo’n casco, en dat geldt voor alle schepen, gaat gewoon honderd jaar mee. Je moet alleen wel zorgen voor nieuwe generatoren en motoren. En de levensduur daarvan is afhankelijk van het aantal draaiuren.
De Abel Tasman bijvoorbeeld, die dagelijks de rondvaart doet, zal eerder nieuwe motoren nodig hebben dan de andere die minder intensief gebruikt worden. Maar gemiddeld gaan die motoren makkelijk tien tot vijftien jaar mee. Het enige waar je in het kader van het onderhoud jaarlijks naar moet kijken is het meubilair, de vloerbedekking, het hout, de visuele en geluidshulpmiddelen.’’

Gaan die schepen vijftien jaar lang niet uit het water?

Blok: ‘’Jawel. Eens in de vier, vijf jaar ondergaan ze een zogenaamde scheepsinspectie. En dan worden ze door een externe partij getest op alle eisen die aan rivercruiseschepen worden gesteld. Die eisen worden steeds verder opgeschroefd en dat is een goede zaak. Maar dat is kostbaar.’’

Zelf wel eens zo’n schip gevaren?

Blok komt even niet bij van het lachen. ‘’Ik heb helemaal geen vaarbewijs. Sterker nog: vroeger werd ik op het IJsselmeer altijd zeeziek. Ik heb ook nooit een klein bootje gehad om op de Bergse Plas te varen. Ik zwom er alleen maar.’’

Tot hoever reiken de dagvaarroutes?

Blok: ‘’We zijn erg met strategie bezig: stroomafwaarts, stroomopwaarts, wat kan je allemaal doen en waar kun je heen? De havenrondvaart van vijf kwartier is nog steeds de grootste pijler. Maar de dagtochten en de themacruises nemen enorm toe. Stroomopwaarts kun je naar Woudrichem, je kunt naar Slot Loevestein. Stroomafwaarts kun je naar de Tweede Maasvlakte. Als je het tij tegen hebt doe je er 2.5 uur over, heb je het tij mee hebt kan het in 2 uur. Bij events kun je redelijk zelf de route en tijden bepalen. Ook de catering. Van een bitterbal tot Erik van Loo aan boord.’’

Investeert de Koninklijke Spido ook in duurzaamheid, want dat is de grote landshobby inmiddels.

‘’Volop’’, zegt Blok, maar dat wil niet zeggen dat hij het overal mee eens is. ‘’Je probeert in de tendens mee te gaan. Het is belangrijk voor de haven, die voor een belangrijk deel op olie en chemie draait. Ik behoor niet tot de klimaatsceptici, hoewel je er ook in kunt doorslaan. Ik zou willen zeggen: ga nou eerst eens een gedegen berekening maken van het energiegebruik in dit land en hoe zich dat de komende tijd ontwikkelt. Want er zijn meerdere bronnen voor energie en ga pas dan kijken welk gedeelte je ervan kunt vervangen. En ga dan ook nog kijken hoeveel tijd je ervoor nodig hebt, en doe het niet – zoals nu - tussen neus en lippen door. Die haast van nu komt mij iets te paniekerig over.’’

Laat GroenLinks Rotterdam het maar niet horen.

Blok: ‘’Ja maar, je kan wel roepen dat iedereen elektrisch moet gaan rijden, maar volgens mij kunnen we dat logistiek niet aan. En alleen wind- en zonne-energie zal ook niet kunnen, want ja, dan kom je te kort. Delen van die nieuwe energie kun je ook nog niet opslaan. Dus als die je nieuwe bronnen moeten worden, ben je er nog héél ver van de kanteling af. Je zult daarom altijd capaciteit op de achtergrond moeten hebben in de vorm van olie, gas, kolen en kernenergie om die pieken en dalen op te vangen.’’

Elektrisch varen?

Blok: ‘’Kan niet met de huidige techniek. Toen ook wij groener wilden zijn hebben we ons afgevraagd: wat moeten we dan doen? Bij elektrisch varen heb je zoveel accu’s nodig aan boord, dan zinkt het schip. Dat is dus geen reële optie. Met LNG moet je een uur varen om te tanken en weer terug. En bovendien moet je dan 500.000 liter per schip per jaar verstoken om je extra investering terug te verdienen, nou dat verstoken wij niet. Ik denk dat wij met vijf schepen per jaar 650.000 liter gasolie hebben verstookt. Bovendien heb je met LNG een tank boven op dek liggen, ja, hoe vriendelijk is dat als je een dagpassagiersschip bent? En je moet ontluchten van tijd tot tijd en het gas dat dan vrij komt is ontplofbaar. Dus dan liggen we met ons schip onder de Erasmusbrug en dan komt er een opa met zijn sigaar aan wandelen en dan heb je een probleem.’’

Dieselelektrisch?

Blok: ‘’Dat is prachtig als je de rivier afzakt en tsjoek, tsjoek, vierentwintig uur per etmaal doorvaart. Los van het feit of dat qua uren wel mag. Maar niet bij rondvaarten van vijf kwartier, in- en ontschepen, stil liggen, stationair draaien en hup daar gaan we weer. Dan is dieselelektrisch een vrij kwetsbare techniek. Een andere optie is: je rookgas reinigen met ureum. Maar dat moet een bepaalde temperatuur hebben, anders werkt het niet. Als je motoren onvoldoende warmte afgeven moet je dus op een andere manier dat ureum verwarmen en in negen van de tien gevallen doe je dat dus door extra diesel te verstoken. En dat is het paard achter de wagen spannen. Bovendien is de besparing CO2 die je ermee bereikt maar 25 procent. Dus we hebben alles aan alle kanten bekeken met als conclusie: neem de beste dieselmotoren die je nu kunt krijgen en vaar met de events iets langzamer. Het energieverbruik bij een schip neemt nu eenmaal behoorlijk toe als je sneller vaart. Maar die nieuwe motoren zijn gelukkiger schoner en verbruiken minder dan die ouwe dieselbakken die je op de binnenvaart nog vaak aantreft.‘’