Als het kabinet afscheid neemt van het plan om de AOW-leeftijd sneller te laten stijgen, "dan liever vandaag dan morgen", zei D66-senator Paul van Meenen in een debat over de regeringsverklaring. Hij keerde zich nog niet helemaal tegen het plan maar verdedigde het ook niet. Wel vindt hij dat iets gedaan moet worden aan de betaalbaarheid van de oudedagsvoorziening.
Paul Rosenmöller van GroenLinks-PvdA (dat zichzelf inmiddels PRO noemt) vroeg premier Rob Jetten om de versnelde AOW-verhoging te schrappen. Zoals ook veel in de Tweede Kamer is gebeurd, noemde Rosenmöller het pensioenakkoord uit 2019 dat door het kabinetsplan wordt doorkruist.
Van Meenen toonde begrip voor Rosenmöllers betoog en vroeg hem onderscheid te maken tussen het doel en het middel. "Is hij het met me eens dat er wel een probleem is met de toenemende vergrijzing?" Volgens Rosenmöller zijn problemen met de betaalbaarheid van de AOW "in belangrijke mate opgelost met het pensioenakkoord".
Van Meenen vergeleek de AOW met een "mammoettanker" die op tijd moet worden bijgestuurd. Het is volgens hem goed dat het kabinet het onderwerp aankaart. "Het probleem daarbij is volgens mij dat meteen de oplossing erbij gegeven is."
Volgens het pensioenakkoord stijgt de AOW-leeftijd acht maanden mee met elk jaar van de gemiddelde levensverwachting. De coalitie wil de levensverwachting en de pensioenleeftijd één op één aan elkaar koppelen.
Rosenmöller zei dat hier het verschil zit tussen zijn eigen partij en D66: "U wilt dat op tafel houden, wij willen dat van tafel."
Daar maakte Van Meenen bezwaar tegen. "Ik zeg niet dat ik dit op tafel wil houden. Juist niet. Als we er afscheid van moeten nemen, dan liever vandaag dan morgen."
Door: ANP