Het alzheimermedicijn Leqembi doet niet voldoende voor patiënten, stelt het Zorginstituut. Mensen met de ziekte van Alzheimer gaan nog steeds achteruit, maar lopen door het medicijn ook risico op ernstige bijwerkingen. Het instituut adviseert Leqembi (de merknaam van lecanemab) niet te vergoeden uit het basispakket.
De Europese Commissie gaf vorig jaar toestemming voor de handel in Leqembi in de Europese Unie. Het geneesmiddel werd toen nog "een belangrijke stap vooruit" genoemd door een neuroloog van het Alzheimercentrum in Amsterdam.
Maar het Zorginstituut stelt dat lecanemab geen meerwaarde heeft voor de mensen met alzheimer die het kunnen gebruiken. Slechts een kleine groep patiënten komt ervoor in aanmerking. Het effect van lecanemab is zo klein dat patiënten "onvoldoende verschil merken na behandeling". Ze gaan nog steeds "fors achteruit" en lopen wel het risico op hersenbloedingen en hersenzwellingen die kunnen leiden tot verlamming, niet meer kunnen praten, ernstige verwardheid en in zeldzame gevallen tot de dood.
De oorzaken van alzheimer zijn nog niet helemaal duidelijk, maar wel bekend is dat patiënten eiwitophopingen hebben in de hersenen. Lecanemab hecht zich aan bepaalde eiwitten, waardoor het lichaam ze opruimt.
Neuroloog Edo Richard van het Radboudumc zegt in een persbericht van het Zorginstituut: "Patiënten vinden het vooral heel belangrijk dat ze zoveel mogelijk onafhankelijk blijven van hulp door anderen. Maar behandeling met lecanemab verandert niks merkbaars in het dagelijks leven."
Bestuurder Mark Janssen van het Zorginstituut noemt het "een grote teleurstelling dat lecanemab geen doorbraak is. Het is te hopen dat die doorbraak er wel komt in de komende jaren."
Door: ANP