De Zuid-Hollandse Commissaris van de Koning (CvdK) Wouter Kolff vindt dat Nederland zich te lang veilig heeft gevoeld. Dat zei hij woensdag in zijn nieuwjaarstoespraak in het Provinciehuis. "We zijn na de val van de Berlijnse muur in een strandstoel gaan zitten met het idee dat onze bescherming vanzelfsprekend en gegarandeerd was,” zei hij. Volgens Kolff komt "de rekening alsnog", omdat internationale ontwikkelingen Nederland direct raken. Daarbij benadrukte hij: "Nederland is een klein land en dus hebben we heel veel buitenland."
Ook intern ziet Kolff risico’s, omdat "onze democratie onder druk staat". Het debat verhardt, "alles wordt voor of tegen" en "de afrekencultuur wint aan terrein", waarschuwde hij. Daarnaast wees hij op "bedreigingen, intimidatie en een verharding in de omgang" met bestuurders, journalisten en hulpdiensten. "Propaganda en nepnieuws maken daarbij van onze eigen inwoners potentieel nog wel het gevaarlijkste wapen én daarmee een grote bedreiging voor onze democratie en rechtsstaat." Dat vraagt volgens Kolff om meer bescherming, respect en menselijkheid.
Kolff schetste een wereld waarin "het recht van de sterkste, waarbij de meerderheid dicteert" steeds vaker geldt en de instabiliteit toeneemt. "Een opgeheven en verheven vinger vanuit Nederland is niet de oplossing. Intussen woedt op twee uur vliegen een keiharde oorlog en zijn gevolgen van een hybride oorlog hier merkbaar", aldus de CvdK. Veiligheid is volgens Kolff een basisvoorwaarde: "Welvaart gaat over bestaanszekerheid, veiligheid over de zekerheid van het bestaan."
Tegelijkertijd moet Nederland zich blijven verhouden tot andere grootmachten, ondanks spanningen tussen Europa, de Verenigde Staten en China. "Diplomatie is geen luxe maar noodzaak", aldus Kolff. Samenwerking is volgens hem onmisbaar, maar wel "vanuit autonomie en eigen kracht".