D66 wil aandacht voor slachtoffers sodomietenvervolging

23 February 2026, 17:58 uur
Politiek
mainImage
Grok

D66 in de Haagse gemeenteraad heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college van burgemeester en wethouders waarin aandacht wordt gevraagd voor slachtoffers van sodomietenvervolging bijna 300 jaar geleden. De partij wil deze "zwarte bladzijde uit Haagse geschiedenis" zichtbaar maken.

In 1730 werden in de Republiek der Nederlanden tientallen mannen vervolgd, veroordeeld en zelfs geëxecuteerd vanwege vermeende sodomie. Ook in Den Haag vonden arrestaties en executies plaats. "Een pijnlijke geschiedenis, die nog altijd nauwelijks zichtbaar is in onze stad", zegt raadslid Marije Mostert. D66 verzoekt daarom het college om de vervolging nadrukkelijker onderdeel te maken van het Haagse erfgoed- en herdenkingsbeleid.

"Voor veel Hagenaars is deze geschiedenis onbekend. Terwijl we vandaag de dag terecht aandacht hebben voor inclusie en zichtbaarheid van LHBTIQ+’ers, blijven de verhalen van mensen die hier in onze stad zijn vervolgd en ter dood gebracht vaak verborgen in archieven", aldus Mostert. "Tijdens de Queer Stadswandeling komen deze plekken tot leven, maar buiten die context is er weinig tastbare erkenning. Betrokkenen en bewoners geven aan dat erkenning niet alleen gaat over het heden, maar ook over het onder ogen zien van ons verleden."

In zee gedumpt

Volgens verschillende bronnen zijn in Den Haag destijds vijftien mannen om het leven gekomen, waarvan veertien door executies. Hun lichamen zouden in zee zijn gedumpt, omdat men ze niet op een begraafplaats wilde begraven. D66-raadslid Peter Mekers wil laten onderzoeken of er markeringspunten kunnen worden aangebracht op plekken waar de slachtoffers zijn geëxecuteerd. De gemeente Utrecht heeft al sinds 1999 een soortgelijk monument. D66 stelt verder voor om deze geschiedenis nadrukkelijker op te nemen in educatieve programma’s, museale presentaties en toekomstige herdenkingen.

"In 2030 is het 300 jaar geleden dat deze vervolgingen plaatsvonden, een moment dat niet ongemerkt voorbij mag gaan", aldus de twee raadsleden. "Samenwerking met archieven, musea en landelijke kennisinstellingen kan helpen om de Haagse verhalen beter te ontsluiten en toegankelijk te maken voor jongeren en toekomstige generaties. Wie we herdenken, zegt iets over wie we willen zijn. Door deze geschiedenis zichtbaar en bespreekbaar te maken, laten we zien dat Den Haag staat voor erkenning, rechtvaardigheid en een stad waar iedereen zichtbaar zichzelf mag zijn."