Hoewel de gemeente niet werkt met het door de rechtbank gewraakte Systeem Risico Indicatie (SyRI), is de fractie van GroenLinks allesbehalve gerust op het gebruik van andere, soortgelijke systemen.
SyRI is een wettelijk instrument dat de overheid gebruikt voor de bestrijding van fraude op bijvoorbeeld het terrein van uitkeringen, toeslagen en belastingen. Volgens de Haagse rechtbank echter is de wetgeving die de inzet van SyRI regelt in strijd is met hoger recht, namelijk die van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
In haar vragen aan het college geeft raadslid Erlijn Wenink aan dat haar fractie vindt dat de gemeente “een bijzondere verantwoordelijkheid heeft bij het beschermen van het recht op een privéleven bij burgers”. Wenink vraagt het college of dat de mening van de fractie deelt en zijn beleid in het sociale domein én in het algemeen daarmee ook op dat principe moet toetsen?
GroenLinks wil ook van het college weten welke instanties in het zogenoemde sociale domein gegevens van cliënten vastleggen, om welke gegevens het dan allemaal gaat, hoe lang die data worden bewaard en wie wat met elkaar deelt. “Zijn daar duidelijk gedefinieerde grenzen voor. Wie mag wat en waarom”, vraagt Wenink zich af. Het raadslid ziet graag dat het college bij alle data het principe hanteert ‘Gedepersonaliseerd, tenzij er een doelmatige reden is om dat niet te doen’.
Wenink vindt het ook belangrijk dat harde, cijfermatige data nooit het volledige verhaal kunnen vertellen en dat die daarom ook alleen ter ondersteuning van een bredere overweging kunnen dienen. Zij vraagt het college daarom of er een motiveringsplicht geldt bij elk oordeel en/of besluit waar data een rol in heeft gespeeld.
Door: vragen