Dagblad070 | Geen formulieren kwijt bij afhandeling Tozo 1

Geen formulieren kwijt bij afhandeling Tozo 1

mainImage

De gemeente heeft veel meer dan 100 medewerkers ingezet om de zogenoemde Tozo 1-regeling zo goed als mogelijk uit te voeren. Ondanks de inzet van al die mensen, intern en extern personeel, is het niet altijd gelukt om binnen de gewenste 4 weken uitsluitsel te geven aan de ondernemers die een aanvraag hadden ingediend. Door omstandigheden was dat in incidentele gevallen soms wel 10 weken.

Dat antwoordt het college op raadsvragen van zowel de Haagse Stadspartij als van Hart voor Den Haag/Groep de Mos. Beide fracties wilden vooral van het college weten waardoor de beslissingen over de aanvragen zo lang op zich hadden laten wachten, en of het klopte dat in een groot aantal gevallen er aanvragen of documenten waren verdwenen.

Volgens het college waren er sowieso 58 interne medewerkers bezig met de afhandeling van de aanvragen, gesteund door een zelfde aantal externe medewerkers. Daarnaast werkte er nog een team dat aanvragers nabelde.

Al die medewerkers hadden een speciale handleiding, instructie en stappenplannen ontvangen, zo verzekert het college de vragenstellers. "Daarnaast is er waar mogelijk geselecteerd op kennis en ervaring met systemen en Wet en regelgeving. Alle extra mensen hebben de privacyregels ontvangen en de privacyverklaring moeten ondertekenen. "

Het college bevestigt de vragenstellers dat er diverse keren wat fout is gegaan bij het indienen van de aanvragen. "Wij hebben onlangs geconstateerd dat het, door onduidelijke technische oorzaken, soms leek dat documenten verdwenen zijn maar dat dit niet het geval is."

Het gaat daarbij, zo blijkt uit de antwoorden, om 350 gevallen, waarbij er nooit sprake van is geweest dat informatie in verkeerde handen terecht zou zijn gekomen stelt het college. "Er was dan ook geen noodzaak de kwestie aan te kaarten bij de Autoriteit Persoonsgegevens."

Bij de aanvragers waar iets mis ging met aanvraag en waarmee contact is geweest, is uitgelegd dat de aanvraag feitelijk nooit heeft bestaan en hebben we ook onze excuses aangeboden, zo meldt wethouder Van Alphen.