Dagblad070 | Hart voor Den Haag: Krikke moet aftreden 

Hart voor Den Haag: Krikke moet aftreden 

mainImage

Op aandringen van Hart voor Den Haag/Groep de Mos ligt er nu een snoeihard rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, waaraan maar één conclusie kan worden verbonden: “Krikke moet aftreden”. Dat zegt Hart voor Den Haag fractievoorzitter Arjen Dubbelaar in een eerste reactie op het onderzoeksrapport naar de gang van zaken rond de vreugdevuren, afgelopen jaar op Scheveningen.

De uitkomsten zijn volgens Dubbelaar klip en klaar: 

- de afspraken zijn totaal niet gehandhaafd;

- er vond geen eindmeting plaats op de hoogte van de vuurstapels; 

- er was ondanks dat dit in het convenant tussen gemeente en bouwers was afgesproken, geen toezicht tijdens het ontsteken van het vuur;

- er was geen enkele regie vanuit de burgemeester.

“Heftig om te lezen dat burgemeester Krikke onvoldoende ingreep toen de bouwers zich niet aan de afspraken hielden. Omdat ze niet ingreep werkte zij het overschrijden van grenzen in de hand, zeker in de context van de competitie tussen Scheveningen en Duindorp oordelen de onderzoekers. Diegene die moest handhaven deed dus niets en daarom moet ze aftreden. Liefst vandaag nog.”

Dubbelaar: “Met het inperken van de hoogte van de vuren en deze vergunningplichtig te maken probeert de burgemeester haar eigen politieke hachje te redden. Niet de afgesproken hoogte, maar het niet handhaven van afspraken was in de Oudejaarsnacht het probleem. En dat was haar verantwoordelijkheid! Bovendien vreest mijn partij dat de bouwers op zo’n korte termijn nooit aan de eisen kunnen gaan voldoen, zodat de mooie traditie op de tocht komt te staan. Dit is de omgekeerde wereld! Krikke gaf de bouwers vrij spel, dat falen verschuift ze nu naar de bouwers. Wij zeggen de vuren zijn heilig, mits veilig, maar we voorzien dat deze traditie compleet zal worden gekild.”

Nog voor het door Hart voor Den Haag gevraagde OVV-rapport schreeuwden alle oppositie partijen om het hoofd van de burgemeester. Dubbelaar: “Kijken of ze, nu er een glashelder rapport ligt, nog steeds deze mening zijn toegedaan of dat ze voor een plek in het college hun woorden inslikken”.