Hart voor Den Haag wil meer zichtbare handhaving rond winkelcentrum Leidschenveen en station Leidschenveen. Ook pleit de partij voor gebiedsverboden voor wie bezoekers herhaaldelijk lastigvalt. Daarnaast wil de partij opheldering over het jongerenwerk in de wijk. In twee maanden tijd werden in dit gebied ruim tien meldingen gedaan van fietsendiefstal, diefstal uit voertuigen en jeugdoverlast, geconcentreerd rond het winkelcentrum en langs de Henri Faasdreef en de Van Baaklaan.
Rondom het winkelcentrum hangen al langere tijd groepen jongeren rond die voorbijgangers lastigvallen. Vrouwen en meisjes worden nagefloten en nageroepen. Daarnaast rijden fatbikes met hoge snelheid over de stoepen en langs de winkelingangen. "Bewoners melden het trouw. De politie komt en dan is de groep al weg. Dat is niet de schuld van die agent, maar het gevolg is wel dat mensen op een gegeven moment niet meer bellen", zegt gemeenteraadslid Damiën Zeller, die schriftelijke vragen stelt aan het college..
Op station Leidschenveen zou de lift regelmatig worden gebruikt door jongeren die er staan te blowen, waardoor de lift geregeld niet bruikbaar is. Hart voor Den Haag wil dat de gemeente de HTM aanspreekt op cameratoezicht en beheer, en dat ook de liftruimte onder het gebiedsverbod valt. Zeller: "Wie daar met een rollator, kinderwagen of rolstoel komt, heeft geen alternatief en staat gewoon onderaan de trap. Een lift is geen hangplek. Zet er een camera op en stuur mensen die er blijven hangen weg."
Tekst gaat door onder foto.

Foto: Gemeente Den Haag.
Doorpakken bij herhaling
Hart voor Den Haag wil dat handhavers zich vaker laten zien bij het winkelcentrum en het station, en dat er wordt opgetreden wanneer het misgaat. Zeller: “Als jongeren weten dat er af en toe iemand langskomt, verandert het gedrag vanzelf. En wie na waarschuwingen doorgaat met bewoners lastigvallen, moet een gebiedsverbod krijgen voor het winkelcentrum. Dat instrument bestaat, dus laten we het ook gebruiken."
Tegelijk wil Hart voor Den Haag weten wat er met preventie gebeurt. Er is jongerenwerk actief in Leidschenveen, maar de overlast houdt aan. Zeller vraagt het college daarom hoe die inzet er precies uitziet: hoeveel jongerenwerkers, op welke dagen en tijden, op welke plekken en of dat samenvalt met de avonden en weekenden waarop het bij het winkelcentrum misgaat. Ook wil hij weten of de groepen die hier rondhangen daadwerkelijk in beeld zijn, wat de aanpak tot nu toe heeft opgeleverd en of het college de huidige inzet voldoende vindt.