De partij Hart voor Den Haag pleit voor een standbeeld voor Joseph Thum, de Duitse directeur van hotel Des Indes aan het Lange Voorhout in Den Haag tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De Duitser ontving tijdens de bezettingsjaren zoveel nazi’s in Des Indes dat het de bijnaam ‘Wehrmacht Hotel’ kreeg. Maar daarnaast hield Thum - met gevaar voor zijn eigen leven en dat van zijn Joodse vriendin – ook talloze onderduikers verborgen in de kelder en de liftschacht van het monumentale hotel.
Over Thum verscheen onlangs het boek 'De dag dat de duivel naar Des Indes kwam' van de Haagse journalist Casper Postmaa. Naar aanleiding van dit boek heeft gemeenteraadslid Constant Martini van Hart voor Den Haag een aantal schriftelijke vragen gesteld aan het college van burgemeester en wethouders.
Tekst gaat door onder foto.

Foto: Gemeente Den Haag.
Standbeeld
"De betekenis van het hotel en Thum verdienen erkenning en herdefiniëring in het Haagse historisch bewustzijn", vindt Martini. "Opname in de lokale canon ligt voor de hand. In ieder geval zou er op en rond de 4 en 5 mei-activiteiten, alsmede bij de herdenking van de bevrijding van Den Haag op 8 mei 1945, bij stilgestaan kunnen worden."
Martini: "Hotel Des Indes is natuurlijk al een monument en een markant teken in onze stad. Het aanmerken als een oorlogsmonument van dit gebouw is gepast. Het beste kan dit door voor het hotel, binnen het hekwerk of bij de parkeerplaats op het Lange Voorhout, een standbeeld van verzetsheld Joseph Thum te plaatsen."
Inmiddels heeft de directie van Des Indes te kennen gegeven dat het zelf al bezig is om een passende manier te vinden om uitdrukking te geven aan deze bijzondere Haagse geschiedenis.