Den Haag gaat gewoon door met de plannen om per 1 april as de zogenoemde ja/ja sticker in te gaan voeren. Dat antwoordt het college op vragen van de VVD-raadsleden Van der Helm en Oudshoorn-Van Ginderen.
De sticker, die al eerder is ingevoerd in Amsterdam en Utrecht, draait het principe van het ontvangen van bijvoorbeeld reclamefolders om. Waar tot op heden er sprake was van stickers met 'nee' er op om aan te geven dat mensen geen folders of huis-aan-huisbladen wilden ontvangen, voortaan mogen die folders en bladen eigenlijk alleen in de brievenbus worden gestopt als een ja/ja sticker dat aangeeft.
Het college denkt net als andere gemeentebesturen dat de nieuwe sticker een grote hoeveelheid afval gaat besparen. Uit cijfers van Milieu Centraal blijkt volgens het college dat het in Den Haag zou gaan om ongeveer 2 miljoen kilo papierafval minder per jaar.
Het bestuur vindt ook niet dat de nieuwe sticker verwarrend gaat werken, omdat veel gemeenten hebben aangegeven hetzelfde systeem te zullen hanteren. Van een lappendeken aan stickers is dan ook geen sprake als het college.
Dat is het ook niet eens met de vragenstellers dat de invoering van de sticker gevolg zal hebben voor de retailomzet. Volgens het college zijn er voldoende manieren voor ondernemers om alsnog reclame te maken voor hun producten, zoals digitale.
Het bestuur geeft aan de stickers niet pro-actief te zullen gaan verspreiden, maar dat te gaan doen zoals bij andere stickers, onder meer door ze neer te leggen op stadskantoren. Vanzelfsprekend staat het ondernemers vrij de stickers zelf actief aan te bieden aan de inwoners van Den Haag, aldus het college.
Door: vragen