Het aantal vergunningen dat de gemeente afgeeft voor omzetting van gebruik van zelfstandige naar onzelfstandige kamerbewoning door méér dan drie personen, is in de afgelopen periode sterk gestegen. Uit antwoorden van het college op vragen van VVD-raadslid Pronk blijkt dat tussen maart en december vorig jaar er 141 vergunningen zijn afgegeven, 75 meer dan in de periode daarvoor.
Het raadslid kwam met zijn vragen omdat volgens de liberaal de zogenoemde verkommering ‘ een onwenselijke ontwikkeling is, omdat het de leefbaarheid van bestaande wijken in gevaar brengt?’ Het college is het er mee eens dat ‘daar waar kamerbewoning de leefbaarheid van
wijken in gevaar brengt, er kritisch dient te worden gekeken naar kamerbewoning’. Om die reden zijn volgens het gemeentebestuur in de Huisvestingsverordening 2019 kwetsbare gebieden aangewezen waar kamerbewoning vanaf vier personen niet is toegestaan.
Echter, stelt het college ook, de toename van kamerbewoning wijst op de groeiende vraag naar betaalbare woonruimte. Het college is van mening dat kamerbewoning voorziet in deze behoefte van sommige doelgroepen en niet per definitie onwenselijk is’.
De gemeente laat momenteel een zogenoemde1-meting uitvoeren om de effecten van het huidige kamerbewoningbeleid inzichtelijk te maken. Ook wijst zij het raadslid er op dat in het coalitieakkoord 2019-2022 is opgenomen dat een vergunning voortaan al bij splitsing vanaf drie personen vereist is. ‘De komende periode wordt geïnventariseerd op welke termijn een dergelijke aanscherping van de omzettingsvergunning ingevoerd kan worden’, aldus het college.
Door: ris