Het vorig jaar door een accountantsbureau geschetste beeld dat in de jeugdzorg bijna 30 procent opgaat aan coördinatiekosten, klopt niet voor Den Haag. Zelfs als de gemeente uitgaat van de in haar ogen erg brede definitie van dat soort kosten, gaat het in Den Haag om een percentage van 19,3 procent.
De gemeente antwoordt dat op vragen van GroenLinks-raadslid Wenink. Naar aanleiding van haar vragen deed het college navraag over de gebruikte termen in het rapport. ‘Hieruit blijkt dat de term coördinatiekosten een breder begrip is dan alleen administratieve lasten. Hieronder vallen ook bijvoorbeeld de kosten van ICT en panden bij zorgaanbieders die essentieel zijn voor de uitvoering van zorg’ , stelt de gemeente.
In de bijna 30 procent die Den Haag volgens de brede definitie zou uitgeven aan niet-zorg, vallen ook de kosten voor Toegang en Casemanagement. Echter, onze gezinscoaches uit de jeugdteams en de praktijkondersteuner huisarts (POH) J-GGZ leveren directe zorg aan jeugdigen en hebben daarnaast een rol om hulpbehoevende kinderen en gezinnen naar passende hulp te verwijzen, stelt het college. Dat vindt echter dat hier sprake is van directe hulpverlening en geen coördinatiekosten. Van het totale Jeugdhulpbudget in 2019 gaat daarom volgens het bestuur minder dan 5 procent niet naar een vorm van zorg.
Ondanks dat ‘ in landelijk perspectief al relatief lage percentage’, stelt het college constant bezig te zijn om te kijken hoe we onze hulpverlening efficiënter en effectiever kunnen laten plaatsvinden en het geld ten goede kunnen laten komen aan de jeugdigen en gezinnen in onze gemeente.
Ook voor het onderzoek bij de gelden in de Wmo heeft het bureau volgens de gemeente gebruikgemaakt van een brede definitie van coördinatiekosten, met onder meer huisvesting, ICT systemen, e.d. ‘Het is onvermijdelijk dat zorgaanbieders deze kosten maken’, aldus de gemeente. ‘Zonder panden en ondersteunende ICT systemen, kunnen zij immers geen zorg verlenen.’ Volgens de gemeente bedragen de daadwerkelijke coördinatiekosten daarom niet ruim 19 procent zoals de onderzoekers aangeven maar landelijk gemiddeld 5,2% . ‘En het college zoekt altijd naar manieren om de zorg en ondersteuning efficiënter en goedkoper te verlenen, zonder dat de kwaliteit achteruit gaat’ , stelt het bestuur in zijn antwoorden.
Door: ris