Rekenkamer verduidelijkt Haagse Markt-rapport

24 February 2020, 10:23 uur
Politiek
mainImage

De discussie in de raad over niet alleen de tarieven, huur en marktgeld, maar ook over de rapporten van zowel de Haagse Rekenkamer als de gemeentelijke accountantsdienst GAD, heeft geleid tot een nieuwe reactie van de rekenkamer.

De instantie wil daarmee proberen ‘een paar punten voor de raadscommissie Leefomgeving te verduidelijken’ voor de raadsleden zich op 12 maart andermaal over het wel en wee van de Haagse markt buigen.

In de commissievergadering van 30 januari jl. refereerde wethouder Bredemeijer tot verrassing van veel raadsleden ‘opeens’ uit een rapport van de GAD. Veel raadsleden gaven aan het rapport niet te kennen, en waren daar verbolgen over. Zeker omdat zij uit de informatie van de wethouder die indruk kregen dat beide rapporten elkaar tegenspraken. Een woordvoerder van de ondernemers op de Haagse Markt sprak na het debat zijn verwondering uit over wat er was gebeurd.

Volgens de rekenkamer nu is er een belangrijk verschil in wat beide instanties hebben onderzocht. “Allereerst heeft de GAD alleen het publiekrechtelijke deel van de markttarieven onderzocht” aldus de rekenkamer aan de commissie. Volgens voorzitter Twisk ging zijn organisatie in het onderzoek verder en onderzocht zowel het publiekrechtelijke deel (het marktgeld) als het privaatrechtelijke deel (de huur).

De GAD constateert volgens Twisk dat het marktgeld over de jaren 2016 en 2017 niet kostendekkend is. “Dit komt overeen met de constatering van de rekenkamer dat het marktgeld 10% te laag is.“

Twisk geeft in zijn brief aan dat de GAD aangeeft dat er een oplossing moet komen voor het toerekenen van de zogeheten overheadkosten. Volgens de accountants is het ‘ onwaarschijnlijk is dat de gemeente geen overhead zou hebben voor het privaatrechtelijke deel’. Resultaat nu is, aldus de rekenkamer, dat een standplaats met een grote marktunit (en een kleine voorruimte) goedkoper is dan een standplaats van gelijke omvang met daarop een kleine marktunit (en een grote voorruimte).

De rekenkamer stelt daarom voor om de nieuwe berekeningssystematiek voor het marktgeld te herzien, dan wel de huur van de marktunit te verhogen en het marktgeld te verlagen. Daarnaast benadrukt de organisatie dat er gemeentelijke lasten zijn die niet in het marktgeld en de huur doorbelast mogen worden.

In zijn brief geeft Twisk aan dat het college in reactie op ‘zijn’ rapport aangeeft dat met ingang van 2017 structureel €180.000 aan de begroting van de afdeling Markten is toegevoegd voor de dekking van kosten die in het algemeen belang worden uitgevoerd. Volgens de rekenmaker is dat te weinig om de lasten bij de afdeling te dekken.