Werk van raadslid zou minder zwaar moeten zijn

21 March 2018, 14:30 uur
Politiek
mainImage
Digitaal Dagblad
Afbeelding is niet meer beschikbaar

Het werk van een gemeenteraadslid zou minder zwaar moeten worden gemaakt zodat het beter te combineren is met een gewone baan. Dat schrijft de Raad voor het Openbaar Bestuur in een advies aan minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken. In veel gemeenten zijn raadsleden zoveel tijd kwijt aan bijvoorbeeld vergaderingen en het lezen van stukken, dat het voor veel mensen niet is te combineren met werk, zorgtaken of de privésituatie.

“Dat gaat in tegen het principe van lekenbestuur,” vindt de Raad. Zij ziet liever geen beroepsbestuurders, maar volksvertegenwoordigers die met beide benen in de samenleving staan. In grote gemeenten zoals Den Haag, vanaf 100.000 inwoners, is het raadslidmaatschap zelfs een halve baan. Dat staat volgens de Raad “op gespannen voet met het principe dat het ambt een voor iedereen toegankelijke nevenfunctie moet zijn.”

Als raadsleden in die grote gemeenten minder tijd kwijt zijn aan het raadswerk, kan volgens de Raad ook hun vergoeding op termijn geleidelijk omlaag. In kleinere gemeenten, tot 24.000 inwoners, zou de raadsvergoeding juist moeten worden verhoogd. Minister Ollongren beloofde in december dat zij zou kijken of raadsleden in kleine gemeenten wel voldoende betaald krijgen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Vereniging van Griffiers en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden hadden gepleit voor een verhoging van de vergoeding. De vergoeding die raadsleden ontvangen varieert van 250 euro per maand in gemeenten tot 8000 inwoners tot ruim 2350 euro per maand in gemeenten met meer dan 375.000 inwoners.

(Kajsa Ollongren; foto en bron: ANP)