Naast heel veel voordelen heeft een democratie ook een paar nadelen. Zij kost tijd, en in de territoriale drift die in hun karakter besloten ligt, hebben politici de neiging om tegen elke boom een plas te moeten doen. Met 45 zetels verdeeld over 15 politieke partijen maakt de gemeenteraad van Den Haag er dan ook een gewoonte van om nog uitermate ingewikkeld te doen op momenten dat de rest van de stad allang de slaap der rechtvaardigen slaapt. Eigenlijk is zo’n democratie doodvermoeiend.

Wethouder Rachid Guernaoui dacht daar vorige week iets op te hebben gevonden door zich met de wilde frisheid van de onbedorven debutant als een slagvaardige beslisser te profileren – en de gemeenteraad simpelweg mee te delen dat Den Haag zich in de rij van 42 Nederlandse gemeenten zou gaan scharen, die hun aandelen in energiebedrijf Eneco van de hand willen doen in ruil voor klinkende cash voor de lokale schatkist. En om zijn daadkracht te illustreren, zette de wethouder een dag later maar meteen zijn handtekening bij het kruisje van de aandeelhoudersovereenkomst. De foto van dat moment liet hij vervolgens fijntjes de wereld in twitteren.

Negen oppositiepartijen in de gemeenteraad (PvdA, CDA, Haagse Stadspartij, Partij voor de Dieren, ChristenUnie/SGP, 50PLUS, SP, NIDA en Islam Democraten) voelden zich gepasseerd en geschoffeerd, en vroegen dan ook een spoeddebat over de kwestie aan. Dat begon gisteravond om 19 uur en eindigde afgelopen nacht om precies 1.21 uur met een ‘motie van treurnis’. Daarin spraken de negen oppositiepartijen, gisteravond voor de gelegenheid aangevuld met Willie Dille van de PVV, hun treurnis uit over de handelwijze van het college. De motie werd verworpen met 17 stemmen voor en 26 tegen (de hele coalitie van Groep de Mos, VVD, D66 en GroenLinks). Alle tien ingediende moties werden overigens verworpen, met de ‘motie van treurnis’ dus als het potsierlijke sluitstuk van een keffende oppositie die een blaffende wethouder in zijn kuiten wilde bijten – want op de keper beschouwd diende dat hele spoeddebat maar één doel: de ontgroening van Rachid Guernaoui.

Luidruchtig

Met Groep de Mos als de grote winnaar van de recente verkiezingen zijn twee luidruchtige mannen van het type ‘niet lullen, maar poetsen’ als wethouder het stadhuis binnen gestapt: Richard de Mos en Rachid Guernaoui. Dat is voor velen even wennen – en voor Martijn Balster (PvdA) en Daniëlle Koster (CDA) in het bijzonder. De PvdA kreeg forse klappen in de verkiezingen en zit voor het eerst sinds de Tachtigjarige Oorlog (naast gevoelstemperatuur bestaat er ook zoiets als gevoelstijd) niet meer in het stadsbestuur. Het CDA rekende er stilletjes op alsnog in te komen, in de hoop dat GroenLinks uiteindelijk zou afhaken bij de coalitievorming, maar is nu van reserve- naar oppositiebank verhuisd.

De druiven zijn zuur; getalsmatig hebben PvdA en CDA hun relevantie verloren. Tegelijk ligt daar ook de oorzaak van de vertroebelde verhouding tussen stadsbestuur (Guernaoui) en de oppositie: louter getalsmatig besturen betekent feitelijk niks meer dan keiharde machtspolitiek. Terwijl juist Richard de Mos en Rachid Guernaoui – voortgekomen uit die directe en stevige band met wijken, buurten en straten – zich voorstaan op een open bestuurscultuur en een breed draagvlak in de samenleving (en daarmee ook bij het bonte gezelschap in de raadszaal) – zonder de regenteske trekjes van de klassieke partijen. Louter getalsmatig besturen maakt een stad dor en monotoon en doet geen recht aan al die kleine fracties en éénlingen die met initiatiefvoorstellen en amendementen cruciale bijdragen kunnen leveren en voor de soms noodzakelijke reflectie van een doordenderend college zorgen. Groep de Mos weet dat: het is zelf als kleine fractie begonnen.

Het zoet van de verkiezingsoverwinning is Rachid Guernaoui uiteraard gegund. Inmiddels is hij echter geen frontman meer in de campagne van Groep de Mos, maar een stadsbestuurder met een andere, meer verbindende rol. Op zijn dossierkennis, kundigheid en energieke inzet valt vooralsnog niks af te dingen. Het zijn eerder toon en woordkeuze waarbij voor hem nog een wereld valt te winnen. Als er al zoiets als reïncarnatie bestaat, dan heeft Guernaoui in een vorig leven allicht het stratenplan van Manhattan, New York ontworpen: rechte lijnen, rechte hoeken, en liever geen rare bochten. Vooruit kijken, liefst zo ver het oog kan reiken.

Vorderingen

Dat venster op de horizon maakt Guernaoui doelgericht en transparant. Dat zijn goede eigenschappen voor een bestuurder. Tenzij ze gepaard gaan met onhandigheid, tactloosheid en koste wat het kost vasthouden aan het eigen gelijk. Op die punten maakt de nieuwe wethouder vorderingen: zijn optreden gisteren was al veel beter dan vorige week.

Guernaoui is niet de aaibare schoothond die de oppositie misschien in hem zou willen zien; veelbetekenend in dit verband was deze vraag van Willie Dille (die de wethouder kort daarvoor nog had beticht van ‘dictatoriale trekjes van een machtspoliticus’): “Meneer Guernaoui, kunt u niet een béétje erkennen dat u het niet zo handig heeft gedaan?”

Dat was hét moment voor hem geweest om een zekere mate van deemoedigheid te tonen – op de juiste toon en met goed gekozen woorden; die kunst verstaan is een belangrijke eigenschap in de Nederlandse (politieke) cultuur. Guernaoui zal tijd nodig hebben om de balans in zijn optredens te vinden en te groeien in zijn rol in het openbaar bestuur. Die tijd is niet eindeloos. De stad kan zich niet permitteren om over elk onderwerp 6,5 uur te debatteren, zoals gisteravond; dat maakt niet alleen een oppositie murw, het leidt uiteindelijk ook tot metaalmoeheid in de coalitie.

(analyse: Frank Hitzert) (tekenen bij het kruisje; foto: gemeente Den Haag)

Print Friendly, PDF & Email