Als er één club is waar leugenaars, oplichters en fraudeurs zich prettig voelen, dan is het de VVD. Een aantal partijgenoten is door de rechter zelfs officieel gecertificeerd als crimineel. Wanneer ik nu alle namen op een rij zou zetten van louter degenen die de afgelopen jaren tegen de lamp zijn gelopen, krijg ik commentaar van de hoofdredacteur dat de column deze keer wel wat aan de lange kant is. Maar als er dus iemand binnen de Haagse gemeenteraad vertrouwd moet zijn met de geur van bedrog, dan is het VVD-fractievoorzitter Frans de Graaf. Hij ruikt de stank van gesjoemel voortdurend in het gezelschap van geestverwanten en herkent het als ervaringsdeskundige meteen als er iets niet lijkt te deugen.

Onlangs trok De Graaf aan de bel, toen hij zich verbaasde over de vastgoeddeal op het Noordeinde die cultuurwethouder Joris Wijsmuller had gemaakt met tassenboer Omar Munie. Omar is al dik tien jaar de troeteltassenmaker van opeenvolgende kunstwethouders. Als oorlogsvluchteling is hij op zijn negende vanuit Somalië naar Nederland gekomen en hier via de modevakschool uitgegroeid tot een designer van naam. Wat heet, van internationale faam. Koningin Máxima, Jane Fonda, Hillary Clinton en zelfs Oprah Winfrey hebben een tas van Omar Munie, roeptoeteren de media elkaar na.

Eerlijk gezegd steekt daar bij mij al meteen de journalistieke achterdocht de kop op. Wie heeft ooit één van deze dames iets horen vertellen over Omar Munie? Wie heeft ooit één van hen met een tas van onze Haagse grootheid gezien? Bij lingerie-ontwerpster Marlies Dekkers hoefde je geen bril op te zetten om te aanschouwen dat de borsten van Madonna, Lady Gaga en Rihanna gemoedelijk werden gehuisvest in haar opvallende Spider-BH. Maar nergens op internet noch op de website van Munie valt een foto te bekennen van Máxima, Fonda, Hillary of Oprah met een tassie dat door langdurig werklozen met een uitkering op het atelier in Den Haag in elkaar is gezet. Dus van wie komt die informatie? Werkt überfantast Dotan misschien niet alleen voor zichzelf, maar ook ten bate van Omar Munie? Of heeft onze sociaal bewogen ondernemer met een goed ontwikkeld gevoel voor publiciteit gewoon ongevraagd wat tassen naar diverse beroemdheden opgestuurd in de hoop dat ze er ooit mee in het openbaar verschijnen?

Laat ik eerlijk toegeven dat ik het gewoon niet zo heb op dure tassen. Mijn echtgenote heeft een passie voor handtassen van het Italiaanse merk Mandarina Duck. De eerste keer dat we een Mandarina Duck-winkel in Perugia binnen liepen, dacht ik dat het iets met Disney-artikelen van doen had, maar zelfs de zwaar overprijsde Disney-rommel is hierbij vergeleken goedkoop. Elk jaar volgde een nieuw exemplaar en ik kon dan ook mijn geluk niet op toen de tassenwinkel in Perugia ineens bleek verdwenen; terwijl ik schijnheilig ‘wat jammer nou’ stamelde. Totdat we even later op een terrasje zaten en er twee dames langs schoten met grote papieren reclametassen met de verfoeide naam erop. Ik deed nog een verkrampte poging tot afleiding, maar het kwaad was al geschied. Binnen de kortste keren was de nieuwe winkel gevonden.

Twee meter aan tassen verder heeft mijn vrouw me ervan overtuigd dat ik blij mag zijn, want dat er veel duurdere tassenmerken dan Mandarina Duck bestaan. En waarachtig, dat bleek nog waar ook. Dus dacht ik vijf jaar geleden bij een speciale verjaardag eens uit te pakken met een tas van een Haagse mode-ontwerper met een dubbele achternaam. Het ding bleek niet voorradig in zwart (dat is namelijk een absolute voorwaarde), maar er was een nieuwe zending onderweg uit Indonesië. Oh, hij maakte ze niet zelf? Welnee, hij hield niet eens ter plekke toezicht. Mijn beeld stortte in. Ik zag de kinderarbeid en uitbuiting in instortingsgevaarlijke en slecht geventileerde fabriekspanden al voor me en haakte af.

Gelukkig had een goede vriendin inmiddels haar hectische leven als hoofdredacteur van een kunsttijdschrift compleet omgegooid en zich op het zelf maken van tassen van geplisseerd leer gestort. Onder het label Mrs. Rosehip stond ze ineens in alle kranten, kreeg ze stands op Design Amsterdam en in het Hollandse paviljoen op de Salon di Mobile in Milaan. Met een echte Mrs. Rosehip kwam ik dus heel goed voor de dag.

Maar ik dwaal af, terug naar VVD-fractievoorzitter Frans de Graaf. Die maakt zich bij dure tassen over heel andere dingen druk. Hoe kan het dat die Omar Munie zich ineens vestigt in het miljoenenpand ‘De Rijnstroom’ aan het Noordeinde? Hoe kan het dat de gemeente dit monument tegen een geheime prijs onderhands verkoopt aan Munie, die alvast – antikraak – de kolossale benedenverdieping heeft betrokken en onderwijl de realisatie van een aantal luxe appartementen boven de zaak voorbereidt? Of het college van burgemeester en wethouders dat eens even wilde uitleggen.

Het is allemaal ordentelijk gedaan, luidt de recente reactie van B en W. De gemeente heeft het pand Noordeinde 64/64a ongeveer een jaar geleden marktconform gekocht van het Rijk en het meteen weer marktconform doorverkocht aan Munie. Het pand stond al jaren leeg en niemand anders dan Omar had belangstelling getoond. Het klinkt allemaal heel legitiem. Maar zal De Graaf toch niet een beetje moeten denken aan zijn voormalige partijvoorzitter Henry Keizer die omstreeks diezelfde tijd ook geheel volgens de regels “en met een honderd procent schoon geweten” voor een habbekrats de Haagse uitvaartorganisatie De Facultatieve kocht?

Print Friendly, PDF & Email

Reageer op dit artikel