Dagblad070 | De nieuwe burgervader kent klappen van de zweep
mainImage

De nieuwe burgervader kent klappen van de zweep

17 juni 2020, 12:05 uur
Columns

Jan van Zanen, onze nieuwe burgemeester, was te gast bij tv-programma Buitenhof. Binnen een paar minuten was duidelijk dat Jan zijn mannetje staat. Zoals je destijds bij Pauline Krikke meteen kon zien dat we een kat in de zak hadden gekocht. Jan van Zanen is charmant, daadkrachtig, to the point, diplomatiek en openhartig waar het kan. Kortom een geboren bestuurder. Stel je voor dat we 't systeem van een gekozen burgemeester hadden gehad, schoot er door mijn hoofd. Dat mag dan democratischer zijn, maar je kunt - al dan niet met gekochte stemmen - ook ineens opgezadeld raken met een van corruptie verdachte populist. 

Van Zanen is de tiende burgemeester van Den Haag die ik in mijn leven meemaak. Dan reken ik Jetta Klijnsma niet mee, want die heeft er in 2008 maar vier maanden ad interim gezeten en daar mogen we gelukkig om zijn. Want in elke baan waar deze eigenwijze PvdA-politica langer zat, heeft ze ellende veroorzaakt. Tussenpaus Johan Remkes doet in mijn overzicht nadrukkelijk wel mee, want deze beschaafde VVD’er (tegenwoordig ook een zeldzaamheid in die partij) heeft in de korte tijd dat hij eerste burger was heel nadrukkelijk zijn visitekaartje afgegeven.

Als ik de eerste burgers in mijn bestaan op een rijtje zet, wordt een mens niet altijd vrolijk. Aan de eerste Haagse burgemeester in mijn bestaan, Frans Schokking (CHU) heb ik geen herinneringen. Ik was nog een peuter, toen Schokking wegens diens opgerakelde oorlogsverleden het veld moest ruimen; iets waarvan ik persoonlijk pas eind jaren zeventig kennis nam. Ook van zijn opvolger Hans Kolfschoten (KVP) en daarna Victor Marijnen (KVP) was ik me als teenager nauwelijks bewust. De enige burgemeester die in die tijd voor mij telde, was de zachtmoedige brave borst in de tv-serie Swiebertje.

Nee, de betekenis van een eerste burger drong pas echt tot mij door toen ik als journalist een jaar bij de Haagsche Courant werkte. Niet dat ik zelf met de man te maken kreeg, maar voormalig premier Marijnen overleed tijdens zijn ambtsperiode als burgemeester in 1975 en ik was als jong journalist op de stadsredactie betrokken bij de verslaggeving van zijn uitvaart. Daarna volgde ik ook intensief de perikelen rond zijn opvolging. Er gingen geruchten dat er een heel capabele kandidaat was en ook nog van de juiste politieke kleur, maar dat hij werd afgewezen omdat hij homo was. Dat zou later nog een pikant detail blijken.

Kolfschoten ontmoette ik wel in levende lijve, zij het ver na zijn pensionering; in het najaar van 1983. Samen met collega Margriet Vroomans had ik een 10-delige serie "Indisch Den Haag" in de krant verzorgd. Die serie werd zó gewaardeerd, dat de krant besloot de artikelen in een boekje te bundelen. Ik vroeg oud-burgemeester Kolfschoten het voorwoord te schrijven, omdat de gigantische toestroom van ruim 60.000 Indische Nederlanders naar Den Haag zich tijdens zijn bestuur had afgespeeld. De toen al 80-jarige Kolfschoten, die zichzelf ooit bij de opening van de Pasar Malam als burgemeester van de grootste Indische gemeenschap in Nederland had omschreven, voldeed graag aan mijn verzoek. De handtekening onder zijn tekst was al wel wat bejaard beverig.

Maar goed, na Victor Marijnen kregen we dus Frans Schols. Ook weer een katholiek, want Den Haag behoorde politiek gezien toe aan de roomsen, zoals in Amsterdam de rooien het voor het zeggen hadden. Schols was een goedmoedige Limburger met vrouw en kinderen, die - zo bleek pas later - in stilte worstelde met zijn geaardheid. In die tijd voetbalde de Haagse pers nog wel eens tegen de Haagse gemeenteraad en dan was ons Franske steevast langs de lijn te vinden om zijn favoriete Binnenhof-verslaggever toe te juichen. Arme mevrouw Schols. Bij een nieuwjaarsreceptie gaf een vertegenwoordiger van homo-belangenorganisatie COC bij het uitspreken van de beste wensen de burgemeester een kus op de wang. De COC-jongen wist niets van Schols’ (publieke) geheim, hij kuste iedereen (dat was toen ook een beetje in de mode). Maar de getergde burgemeestersvrouw zag het als een provocatie en deelde spontaan een ferme oorvijg uit.

Onder curatele

De KVP mocht dan zijn opgegaan in het CDA, de verschillende bloedgroepen speelden nog steeds een flinke rol en in Ad Havermans kreeg Den Haag in 1985 de vierde paap op rij. Wel een hele joviale; eentje die met een grote grijns de straat overstak om je hand te schudden, wanneer de wegen elkaar toevallig kruisten. Ad’s ambities waren groot, maar zijn daden waren klein. Zijn ambtsperiode verliep niet erg fortuinlijk: Den Haag kwam tijdens zijn bewind onder financieel curatele van de rijksoverheid, hij slaagde er niet in om de Hoge Snelheidslijn Thalys in de regeringsstad te laten stoppen en zijn wethouders gingen in de discussie over een nieuwe stadhuis vechtend over straat. Van dat alles heeft Havermans nu nog nauwelijks besef, want zwaar getroffen door dementie slijt hij zijn dagen in een verpleegtehuis.

Met de benoeming van Wim Deetman werd weer eens goed duidelijk dat Den Haag - na Marijnen en Kolfschoten - halverwege de jaren negentig nog steeds werd gezien als een mooi eindstation voor ex-ministers. Zoals ambassadeurs na tropenjaren in de onmogelijkste rotlanden kort voor hun pensionering hun loopbaan met een fraaie post mogen afsluiten. Maar er is iets wat me tot op de dag van vandaag enorm inneemt voor die saaie protestant. Want toen ik als journalist in 1997 bij de aankoop van Mondriaans’ “Victory Boogie Boogie” schandelijk was misleid door de toenmalige directeur van het Gemeentemuseum, nodigde burgemeester Deetman mij op zijn kamer uit om zich ruimhartig te verontschuldigen voor het wangedrag van zijn onbetrouwbare topambtenaar.

Wat voor Deetman gold, gold natuurlijk evenzeer voor de liberaal Jozias van Aartsen. Weer een oud-bewindsman die zijn turbulente politieke carrière goudgerand in de Hofstad mocht afsluiten. Pikant was natuurlijk dat Den Haag verloren ging voor het zieltogende CDA en in handen kwam van de onstuimig groeiende VVD. Ik vond Van Aartsen overigens uitstekend bij de Hofstad passen: pedant en zelfs wat regentesk, maar afkomstig uit het fatsoenlijke smaldeel van de VVD en zodoende beschaafd, wellevend en vrij van geest. Bovendien wekt het mijn sympathie wanneer een burgervader zich bij voorkeur op de fiets door Den Haag beweegt.

Spoor van ellende

Daarna ging het mis. Omdat de nieuwe burgemeester persé een vrouw moest zijn en die waren niet dik gezaaid onder de sollicitanten. Hoe heeft de vertrouwenscommissie van destijds zo blind kunnen zijn? We kregen een zelfingenomen VVD-tante, die al een spoor van ellende in eerdere banen achter zich had gelaten. Pauline Krikke grootste talent was om veelvuldig op netwerkborrels te verschijnen die haar eigen loopbaan ten goede kwamen. En we weten hoe desastreus dit avontuur is afgelopen. Haar partijgenoot Johan Remkes, die al lang en breed van zijn pensioen zat te genieten, werd met een beroep op het algemeen belang uit zijn luie stoel gepraat om de puinzooi op te ruimen. En dat heeft hij zonder aanziens des persoons met verve gedaan.

Het verhaal gaat dat er vanuit de VVD-top zachte dwang op Jan van Zanen is uitgeoefend om Utrecht achter zich te laten en zijn tanden in de Mooie Stad Achter De Duinen te zetten. De partij wil na het Krikke-debacle niet nog een keer onderuit gaan in regeringsstad Den Haag. Jan van Zanen draaide zich sympathiek en gewiekst onder alle vragen uit die interviewer Twan Huys hem daarover in die Buitenhof-uitzending stelde. Het was overduidelijk: Jan weet niet alleen waar Abraham de mosterd haalt, hij kent zijn pappenheimers, is van alle markten thuis, weet van de hoed en de rand en kent ook nog eens het klappen van de zweep. 

Op relativerend Haags wijze zeggen we dan: we hadden het slechter kunnen treffen.